Wij kennen binnen de school de volgende vormen:
Interne stage is bedoeld om leerlingen binnen de school werkervaring op te laten doen. Zij krijgen verschillende werkzaamheden aangeboden door de docent die de begeleiding van de School Interne Stage verzorgt.
Tijdens de interne stage krijgen de leerling gerichte opdrachten die zij zelfstandig of in groepsverband moeten uitvoeren. Na het uitvoeren van de opdracht worden de leerlingen gecontroleerd en leren zij zichzelf te contoleren. Een voorbeeld van interne stage is het schoonmaken van de lokalen, kopieerwerk en werkzaamheden in het magazijn en receptiedienst. In aanmerking komen de leerlingen die 15 jaar of ouder zijn en waar nog onvoldoende zicht is op het functioneren in de externe stage.
Deze stagevorm heeft verschillende doelen:
De school externe stage is de stage die tussen de school interne stage en de oriënterende stage staat.
De leerlingen gaan naar een bedrijf toe en lopen daar stage onder begeleiding van een docent van onze school. Ze leren samenwerken met ander collega’s in het bedrijf. De docent is het aanspreekpunt voor onze leerlingen.
Deze stagevorm heeft verschillende doelen:
Afgeleide doelen zijn:
Ook hier worden de leerlingen beoordeeld. Iedere dag hebben ze een stageboekje bij zich die wordt ingevuld op het bedrijf.
Afgeleide doelen zijn:
Na een bepaalde periode worden de leerlingen beoordeeld. Er wordt bekeken of de leerlingen genoeg vaardigheden beheersen om naar de school externe stage of de oriënterende stage over te gaan. De begeleidende docent geeft aan waarom hij vindt dat de leerlingen stagerijp zijn of niet. Als een leerling nog niet stagerijp is, kan er besloten worden dat het beter voor de leerling is om nog de periode te verlengen. Er wordt dan aan de ontbrekende vaardigheden gewerkt. Is de leerling nog niet geschikt voor de externe stage, dan kan hij worden doorgeplaatst naar de school externe stage. Hier wordt dan gewerkt aan de ontbrekende vaardigheden die nodig zijn voor de externe stage. Als we vinden dat de leerlingen wel stagerijp zijn, wordt er door de stagedocent naar een extern stageadres gezocht. De duur van de periode van stage lopen hangt af van de ontwikkeling van de stagiair. Meestal duurt de periode drie maanden. Niet alle leerlingen komen in aanmerking voor deze stagevorm. Leerlingen waarbij al tijdens de interne arbeidsoriënteringen een positief assessment blijkt dat ze stagerijp zijn, gaan direct naar de oriënterende stage. Dit zijn vaak leerlingen die al ervaring hebben op de arbeidsmarkt. De leerlingen kunnen vanaf hun vijftiende jaar met de stage beginnen.
Een beroepsoriënterende stage is een stage binnen één of meer beroepssectoren waarbij, buiten de school meer specifieke ervaring opgedaan kan worden. Deze stage is bedoeld voor leerlingen die met succes de arbeidsoriëntatie, en assessment hebben afgerond en of school internestage of schoolexterne stage hebben gehad. Leerlingen komen in aanmerking voor deze stagevorm als zij voldoende stagerijp zijn. Deze stage heeft als doelstelling: het ontwikkelen van een goede werkhouding en het in kaart brengen van mogelijkheden en de beperkingen van de leerlingen.
De meeste leerlingen lopen het eerste jaar een dag in de week stage. Ze doen dan zoveel mogelijk ervaring op binnen verschillende bedrijven. Dit jaar is voor veel leerlingen een snuffelperiode. Zij doen ervaring op en ontdekken waar hun mogelijkheden liggen. Het kan gebeuren dat een leerling, na een periode, binnen een bedrijf wil blijven, of dat de leerling en het bedrijf vinden dat er nog veel geleerd kan worden. Dan is het mogelijk dat de periode verlengd wordt met nog een periode. Deze verlenging moet een uitzondering zijn. In het tweede jaar lopen de meeste leerlingen twee dagen in de week stage. Wat de keuze van de stage betreft, wordt er nu meer gericht naar de mogelijkheden en het beroepsperspectief van de leerlingen gekeken. Deze stagevorm kan overgaan in een plaatsingsstage.
Een plaatsingsstage is een stage binnen een bedrijf waarbij het op voorhand de bedoeling is dat de stage moet leiden tot een dienstverband. De stage vindt plaats binnen een commerciële of gesubsidieerde werksetting.
De plaatsingsstage is bedoeld voor leerlingen die over voldoende vaardigheden beschikken om een reële kans te maken op een reguliere arbeidsplaats in een bedrijf of een overheidsinstelling.
De plaatsingsstage vindt plaats in de laatste fase van de bovenbouw.
Het doel van de plaatsingsstage is dan ook:
De leerlingen laten ingroeien in een bedrijf, zodat de kans groot wordt dat de stagiair na afloop van de stage wordt aangenomen als reguliere werknemer.
Afgeleide doelen zijn:
Het aantal stagedagen per week wordt uitgebreid. Deze uitbreiding hangt af van de fase waarin de plaatsingsstage zich bevindt. Uiteindelijk gaat de leerling de hele week stage lopen.
Verschillen oriënterende en plaatsingsstage:
In het algemeen kan worden gesteld dat de begeleiding bij de beroepsoriënterende stage meer gestructureerd en intensiever zal zijn dan de begeleiding bij de plaatsingsstage.
Tijdens de oriënterende stage komt de stagedocent vaker langs en hij zal meer gebruik maken van formulieren en stageboekjes. De stagedocent speelt bij de plaatsingsstage meer een rol op de achtergrond. Hij moet direct kunnen inspringen wanneer er zich problemen voordoen.